Travelog: Kattenanuskoffie!

Op het moment van schrijven is het alweer ruim vrijdag, maar onze donderdag had ook nog wel wat moois te bieden…

Iemand koffie?

Een hele dag door het binnenland van Bali staat er op het programma. De dag begint op een plantage van allerhande exotische dingen die je bij ons alleen in potjes in de supermarkt vindt. Denk aan vanille, koffiebonen, lemongrass, cacao en meer van dat soort zaken. Inbegrepen is het proeven van allerhande exotische thee en koffiesoorten met als uitsmijter de Kopi Luwak; ook wel bekend als kattenanuskoffie. Watblief? Wat je leest klopt. Koffie gemaakt van koffiebonen die eerst door een katachtige hun verteringsstelsel gehaald worden en daarna verkocht wordt als de duurste koffie ter wereld. Het is in ieder geval beter dan automatenkoffie op het werk, maar ik ben waarschijnlijk niet koffiekenner genoeg om te proeven of het écht goed is.

Tempels en veel water

Na flink wat koffie te hebben gedronken rijden we verder naar Pura Ulun Danu Bratan. Een tempel die deels in het water ligt en waar de locals in het omringende park gezellig picknicken. Aangezien foto’s uploaden problematisch is staat hierboven een stock foto van de betreffende tempel 😉 We lopen wat rond alvorens we verder trekken naar de Git Git waterval. Deze waterval van een meter of 30 ligt in het dal en is (helaas) voorzien van één enkele toegangsweg omringd met toeristische kraampjes die allemaal dezelfde dingen verkopen. De waterval zelf daarentegen is mooi om te zien en na een korte, koude douche onder de waterval (staan blijven is bijna onmogelijk door de kracht van het water) springen we nog even een paar keer in een bassin van een paar meter diep iets verderop. Verfrissend!

Nog meer tempels en water

We kiepen wat lunch naar binnen en het wordt direct weer duidelijk waarom het hier regenseizoen is. Hoewel het lekker warm is komt een tropische hoosbui precies op tijd om de temperatuur iets te verlagen. Wanneer het iets droger is bezoeken we een volgende tempel namelijk het Brahma Vihara Arama boeddhistenklooster. Deze relatief rustige tempel hoog op een berg vergt het uiterste van de koppeling van onze auto maar eenmaal daar aangekomen vinden we een verzorgde tempel met wat Thaise invloeden. Waar in Thailand de tempels veelal over the top zijn met veel kleur en goud zijn ze in Bali over het algemeen iets simpeler van aard. Niks mis mee natuurlijk.

De laatste bestemming voor de dag zijn de Banjar Hot Springs een goede kilometer verderop. Dit zijn 3 verschillende baden gevuld met warm water afkomstig van natuurlijke geisers. Het water wordt aangevoerd vanuit verschillende waterspuwers waar je onder kunt gaan staan voor een watermassage. Het ruikt er een beetje naar zwavel en je huid wordt ietwat oranje van het ijzer in het water, maar het is een relaxende omgeving als je dat weet te trotseren. Na een goed uurtje relaxen beginnen we aan de terugreis naar Ubud die zo’n 2,5 uur duurt. Qua afstand is het een goede 80 kilometer, maar nergens kun je veel harder dan 40km/h rijden. Het is dus allang donker tegen de tijd dat we terug komen, dus avondeten en neerploffen op bed.